• headlines 
  • >

Krapte op de datacenter-markt

ITEX03 TECH Colocation pag 26 Telecity-EAT_0390.site.jpg De datacenter-eigenaren kwamen na de dotcom-crash uit een diep dal. Inmiddels heerst er weer krapte op de markt en wordt flink geïnvesteerd in nieuwe en bestaande locaties. IT-Executive sprak met een aantal partijen over de stand van zaken. "Als ‘colocation'-aanbieder moet je dicht bij je klanten zitten."

door Lucas Megens


Er heerst krapte op de Nederlandse datacenter-markt. Dat maakt het bijvoorbeeld voor ‘colocation'-aanbieders moeilijk om hun bestaande en nieuwe klanten te bedienen. Iemand die nu nieuwe systemen wil onderbrengen, kan daarmee niet meer overal terecht. Zo kan Xs4All, tegenwoordig een onderdeel van KPN, al bijna een jaar geen losse systemen meer plaatsen.
Een andere ‘colocation'-aanbieder klaagde dat het enorm veel problemen oplevert als zijn huidige klanten willen uitbreiden. Daarvoor moet het bedrijf de eigen servers uit de rekken halen en naar andere datacenters verhuizen. Gevolg is dat het bedrijf zijn systemen en die van zijn klanten over een hele zwik datacenters verspreid heeft zitten. Omdat voor elke locatie weer nieuwe overeenkomsten met telecom-providers moeten worden afgesloten, is dat inmiddels niet meer alleen een bijzonder onhandige maar ook een dure toestand aan het worden.

Oorzaak krapte
Opvallend genoeg is de huidige krapte in datacenter-ruimte juist ontstaan vanuit een situatie van overvloed. Op het hoogtepunt van de dotcom-gekte werd er enorm veel gebouwd. Na de crash bleef het leeuwendeel van die rekken echter ongebruikt achter. "Er is toen veel gesloten of doorverkocht," vertelt Alexandra Schless, algemeen directeur van TelecityGroup Nederland. "In de jaren daarop stond er veel leeg, en het heeft wel een tijd geduurd voordat die ruimte weer kon worden verhuurd.
De technologie stond in de tussentijd echter niet stil. "Datacenters werden toen ontworpen voor een gemiddeld verbruik van 750 tot 1000 Watt per rek. Er draaide toen relatief veel telecom-apparatuur, die toch een stuk minder verbruikt dan it-systemen. Tegenwoordig ligt het gemiddelde verbruik op 2 tot 4 kWatt."
Die toename in het verbruik heeft met name consequenties voor de koeling. Moderne systemen met hoge dichtheid als ‘blades' en 1U-‘pizzadozen' kunnen dan ook niet zomaar ingeprikt worden. "Koeling is daarin de bepalende factor," aldus Schless. "Zolang je nog capaciteit hebt, kun je uitbreiden. Dat betekent wel dat je ruimte moet inruilen voor koeling. Als een rek het dubbele verbruikt van je ontwerpcapaciteit, moet je daarvoor ook een dubbel aantal vierkante meters toewijzen." Hetzelfde geldt ook binnen een rek. Als je geen slots open laat, wordt het rek te warm. "Op die manier kun je wel je klanten blijven bedienen."

Opwaarderen van datacenter
Om de hogere vermogens per vierkante meter goed te kunnen faciliteren, zijn alle datacenter-eigenaren continu bezig om te verbouwen. "Met de overname van Enertel kregen we er een datacenter in Aalsmeer bij," vertelt Max Alias, programmamanager CyberCenter Services bij KPN. "Hoewel het sterk verouderd was, hebben we dat datacenter kunnen migreren naar moderne technologie. De eerste fase is in 2006 afgerond, fase 2a vorig jaar, en dit jaar maken we dat af. Dan hebben we dik 4000 m2 netto ruimte beschikbaar. We kunnen daar gemiddeld 1500 Watt per vierkante meter aan, uitbreidbaar tot 3000 Watt."
"Vlak voor de kerst zijn bovendien twee zalen in Haarlem opgeleverd," vervolgt Alias. "Daar hebben we een voormalige telefooncentrale tot cybercenter omgebouwd. Waar die centrale voorheen 300 Watt per vierkante meter aankon, is die ruimte nu geschikt voor 2000 Watt." Daarvoor gebruikt KPN straks een zogenaamde KyotoCooling. De rekken staan daarbij niet op een computervloer maar direct op het beton. Warme en koude lucht worden in de zaal gescheiden gehouden en via kanalen in het plenum ván en naar boven geleid. In een ruimte direct naast de computerzalen wordt de warme lucht via een warmtewisselaar in de vorm van een ‘koudewiel' weer gekoeld. Belangrijk voordeel van deze aanpak is dat er direct op de buitenlucht kan worden gekoeld, zonder dat daar water aan te pas komt.
Omdat SARA gebonden is aan haar twee locaties in Amsterdam en Almere, is zij al dertig jaar de datacenters regelmatig aan het opwaarderen. Anderen hadden daar volgens Eric Heemskerk, hoofd marketing en sales, tot voor kort geen geld voor. "Na de dotcom-crash zijn de prijzen in elkaar geklapt. Veel stond leeg, en is voor lage bedragen verkocht. Eigenaren zijn failliet gegaan of door het oog van de naald gekropen. Niemand heeft een potje kunnen opbouwen om te investeren. Nu de markt goed is aangetrokken, komen de investeringen eigenlijk te laat."

Duurzaamheid
De datacenters die nu worden gebouwd, kunnen met veel grotere vermogens overweg. In een modern rek kan 10, 12 kW aan systemen worden ondergebracht. Daarvoor moet wel andere koeltechnologie worden ingezet. Bovendien wil je al die warmte niet meer zomaar de buitenlucht in blazen. Naast het verbruik van de servers zelf komt daar - bij gebruik van de traditionele ruimtekoeling - immers nog eens een derde bij voor de airconditioning. Met alle aandacht voor duurzaamheid is dat niet meer verantwoord. Bovendien maken de grotere vermogens het ook gemakkelijker een deel van die energie te hergebruiken.
"We zijn nu bezig met de bouw van Amsterdam 4," vertelt Schless "Dat wordt het eerste datacenter in Amsterdam dat volledig op basis van nieuwe technologie wordt gebouwd. Om überhaupt nog te mogen te bouwen, krijg je met deze vermogens niet alleen te maken met milieueisen. De gemeente heeft zelf ook nog een lijst van voorwaarden waar we aan moeten voldoen. We zijn daarom tevoren met de gemeente Amsterdam en hun adviseurs om tafel gaan zitten, om te kijken welke techniek we moesten inzetten om aan die strengere eisen te voldoen."

Koelen
Belangrijk onderdeel van alle moderne datacenter-ontwerpen is de koeling met behulp van buitenlucht. "Het is hier niet het hele jaar door twee graden," vertelt Schless. "We hebben daarom drie niveaus vastgesteld. Als het koud is, koelen we volledig op de buitenlucht. En alleen als het moet, gebruiken we de actieve koeling."
Bij KPN doet men veel met gescheiden koude/warmte-straten. "Aan de voorkant van de kasten is het koude gedeelte, en aan de achterkant van de kasten wordt de warme lucht afgevoerd," aldus Alias. "Op die manier kan meer dan 25 kWatt per rek met lucht worden gekoeld."
Waterkoeling is volgens hem absoluut geen trend. "Dat is een noodoplossing voor als je deze technologie niet kunt toepassen. Als je alles op die manier gaat koelen, heb je overal waterleidingen lopen, met alle risico's vandien. Bovendien kost dat ook nog eens enorm veel geld." Daarmee verwoordt Alias de bekende bezwaren tegen waterleidingen in het datacenter.
Omdat SARA ook een aantal supercomputers onder haar hoede heeft, is men daar helemaal niet bang voor watergekoelde systemen. "Water in het datacenter is geen enkel probleem," zegt Heemskerk, "Wij doen dat al decennia lang. Het is geen sprinkler. Het koelsysteem wordt voordurend gecontroleerd. Elk drukverschil zie je direct. En de systemen zijn goed afgeschermd. Als er iets lekt, krijg je een plasje onder de computervloer en dat dweil je gewoon op." Heemskerk zou ook niet weten hoe je in de toekomst nog op lucht alleen zou kunnen koelen.

Stroomvoorziening
Naast de koeling vraagt ook de aanvoer van stroom continu om aandacht. Hoewel er wel geklaagd wordt over de beschikbaarheid van voldoende capaciteit, is dat volgens de ‘colocation'-aanbieders vooral een kwestie van goed plannen. Volgens Alias komen de geluiden over tekorten met name bij hoogspanningsnetwerkbeheerder TenneT vandaan. "Die hebben ook politieke redenen om dat te vertellen."
Wel zijn energieleveranciers net als ‘colocation'-aanbieders voorzichtig geworden. Juist nu de conjunctuur weer op een kantelpunt lijkt te zitten, moet er weer flink worden geïnvesteerd om aan de vraag te voldoen. "Ook de energieleveranciers hebben geleerd uit het verleden," aldus Alias. "Ze zijn bang dat hun investeringen uiteindelijk niet afgenomen zullen worden. Maar als je je capaciteitsmanagement goed op orde hebt, en je op het juiste niveau zit, is er geen probleem. Zodra we een nieuwe locatie op het oog hebben, gaan we eerst met de netwerkleverancier om de tafel. Sowieso praten we regelmatig met Continuon. We hebben nu maar op één locatie een probleem met schaarste, maar dat is een kwestie van weken."
"Amsterdam is voor wat betreft de glasvezelverbindingen en door de nabijheid van de klantenkring een van de beste plekken in Europa voor een datacenter," zegt Heemskerk, "maar minder ideaal qua stroomvoorziening. Het datacenter in Almere zit veel beter in het elektrische netwerk. Maar als je op het 10 kV-netwerk bent aangesloten, dan zit je in Nederland goed. Dat is in het buitenland wel anders."
Heemskerk heeft eerder problemen met de levering van de dieselgeneratoren voor de noodstroom. "De levertijden zijn op het moment lang. Die dingen worden ook gebruikt in schepen, in ziekenhuizen en door de zware industrie. Er is op dit moment veel vraag naar dergelijke generatoren, terwijl er de afgelopen tijd niet meer machinefabrieken bij zijn gekomen."

Amsterdam
Met de trend naar zogenaamde ‘lights-out' datacenters - computerruimten waar niemand meer komt, behalve om onderhoud op de hardware te doen - maakt het in principe niet meer uit waar je je systemen neerzet. Zo koos Google er bijvoorbeeld voor om hun datacenter in Groningen onder te brengen. Behalve hun eigen personeel heeft niemand anders daar ook wat te zoeken.
Als 'colocation'-aanbieder moet je echter dicht bij je klanten zitten. Die zijn immers constant in de weer met upgrades en uitbreidingen. Vandaar dat Amsterdam zo'n populaire regio is. "Alleen al in Amsterdam 2 krijgen we ongeveer 18 duizend bezoekers per jaar," aldus Schless.
Daarnaast is de aanwezigheid van veel telecompartijen voor Telecity cruciaal. "Wij willen zoveel mogelijk communicatieleveranciers kunnen aanbieden. Iedere klant heeft immers zijn eigen leverancier, zeker als die uit de Verenigde Staten of Azië komt. In Amsterdam hebben we 35 verschillende telecom-aanbieders zitten."
KPN heeft vorig jaar besloten zich niet alleen op woningen maar ook op de it-markt te richten. Hun cybercenter-strategie omhelst ook ‘hosting', opslag en applicatiebeheer. Ook de overname van Getronics maakt hier onderdeel van uit. Dat maakt dat KPN voor een deel van haar klanten de hardware kan plaatsen waar ze wil. Naast haar datacenter in Amsterdam Zuid-Oost heeft ze bijvoorbeeld ook locaties in Oude Meer, Aalsmeer en Haarlem. Daarnaast wordt nu gebouwd in Almere.

Groen
Bij al die nieuwbouw en verbouwingen is groen een belangrijk thema voor alle datacenter-eigenaren. Schless maakt zich vrolijk over de partijen die zeggen dat ze een groen datacenter hebben. Volgens haar is dat zo afhankelijk van de moderne techniek, dat dat voor bestaande datacenters sowieso niet mogelijk is. "Je bent alleen groen als je met cijfers hard kunt maken dat je efficiënter draait dan de andere datacenters. Als een bestaand datacenter dat zegt, dan wil ik dat wel zien. Wij zullen nooit kunnen zeggen dat Amsterdam 1,2, en 3 dezelfde efficiëntie halen als Amsterdam 4. Die datacenters zijn immers in de jaren negentig gebouwd."
"Om groen te zijn, moet je de nieuwste technologie inzetten. Dat is iets anders dan een groencertificaat of groene stroom kopen. Zo'n certificaat kunnen we allemaal voor een paar duizend euro aanschaffen en op de voordeur plakken. Daar wordt je echt geen groen datacenter mee."
Hoewel Schless aangeeft dat de investeringen in groene technologie hoger zijn dan de besparingen die ermee behaald kunnen worden, zegt Heemskerk dat weldegelijk besparingen kunnen worden gerealiseerd. "Onze nieuwe, efficiëntere koeltechniek was bijvoorbeeld niet substantieel duurder dan de oude, maar draagt wel bij aan een zo groen mogelijk datacenter."
Bij KPN speelt de KyotoCooling een belangrijke rol. Daarnaast kijkt men op dit moment naar het rendement van de noodstroom. "Onze klanten zijn onder andere de grote bedrijven en de Nederlandse overheid," aldus Alias. "Iedereen vraagt wat wij doen aan de Europese wetgeving die in 2012 van kracht wordt. Veel tellen het ook als eis; iedereen wil immers in de top van groene ondernemers. In de 'requests for proposals' die ik langs zie komen, is het soms al een knock-out-criterium."


  • Share |

gerelateerde items

/ Geen gerelateerde artikelen aanwezig.



advertenties