• headlines 
  • > Management

Elevator pitch

Gezocht: innovatieve Nederlandse hightech-bedrijven


IT-Executive begint een nieuwe serie: elevator pitch. De tijd is er naar. Er wordt zoveel gesomberd dat het ons tijd leek een tegengeluid te laten horen. Ook in deze tijd zijn er startup, vernieuwers en innovatieve bedrijven in onze sector. Onze hoop in bange dagen.


Wat er broeit en gist in Nederland zult u de komende maanden kunnen lezen in de serie Elevator Pitch. Maar eerst een terugblik Ruim acht jaar geleden, op de toppen van de internethype, maakte het tijdschrift Management Team een vergelijkbare reeks. Als aftrap een terugblik, onder het motto: wat is er toch gebeurd met...

Waar het idee precies vandaan kwam, weet ik niet meer. Ineens was het er, en iedereen vond het meteen goed. Het concept van de elevator pitch kenden we inmiddels, overgewaaid uit de Valley en naar ons land gebracht door mensen als Roel Pieper: je staat in een lift en wie komt daar binnen? Roel Pieper (of een andere investeerder). Je hebt een minuut de tijd om je bedrijf aan te prijzen en om geld los te kloppen bij die investeerder. De tijd gaat nu in!

Het idee wat er op de redactie van Management Team dus ontstond was dit: geef een startende ondernemer een pagina de ruimte om zijn verhaal te vertellen. In steekwoorden: wie, wat, hoe en waarom? En zet die ondernemer vervolgens ook daadwerkelijk in een lift. Heeft de fotograaf ook eens een echte uitdaging. Nou, om met dat laatste te beginnen: u wilt niet weten hoeveel verschillende soorten en vooral ook mooie liften ons land kent. Bouwliften, glazen liften, goederenliften, art deco-liften, ongelooflijk saaie liften et cetera, et cetera.

In totaal hebben we zo, in de periode van september 2000 tot februari 2003, 47 ondernemers geportretteerd en hun businessplan beschreven. Van online condoomverkopers tot een website voor de registratie van live popconcerten, en van consultants in e-business tot makers van beveiligingssoftware. Het was in elk geval nooit saai en vaak kwam je na het interview terug op de redactie met de gedachte: waarom heb ik dat nou niet bedacht?

Kaalslag

Het was natuurlijk totale gekte. Iedereen met een leuk idee (of een slecht idee, dat maakte eigenlijk niet zoveel uit) startte een bedrijfje met de letter ‘e’ in de naam. Toen wij met de serie startten, eind 2000, naderde de hype al aardig zijn hoogtepunt. In maart 2001 ging World Online naar de beurs en enkele maanden later boorden twee vliegtuigen zich in de Twin Towers in New York.

De kaalslag onder internetbedrijven begon kort daarna, en zette in 2002 in alle hevigheid door. Maar geen nood, want dan waren er altijd nog de bedrijven die iets deden voor de mobiele telefoon. En ook bedrijven die bedrijfsprocessen op internet zetten, bleven redelijk overeind, want dat leverde grote ondernemingen besparingen op en dat konden ze op dat moment goed gebruiken.

Om een lang verhaal kort te houden: je zou verwachten, gezien de internethype, dat de meeste bedrijven uit de serie niet meer bestaan. Maar niets is minder waar. Uit een globale inventarisatie (lang leve Google!) blijkt dat maar liefst 19 bedrijven van de 47 nog bestaan. Daarnaast zijn er tien overgenomen door grotere partijen of verder gegaan onder een andere naam.

Dat betekent dus dat meer dan de helft (29 van 47) na acht jaar nog steeds bestaat, geheel tegen de statistieken in. Misschien hadden we een gelukkige hand, of beschikken we over sterke voorspellende gaven? Voordat we onze diensten gaan aanbieden aan een investeringsmaatschappij is het misschien een goed idee om eerst eens nader te analyseren waarom zoveel van deze bedrijven nog steeds bestaan.

Een van de dingen die opvallen bij het bestuderen van de 47 bedrijven is dat bij veel van de nog bestaande bedrijven de oprichter nog ferm aan het roer staat. Een voorbeeld zijn Koen Verhagen en Rens Plandsoen, de oprichters van online advertentiebureau .bone. Het bedrijf werd onlangs door Emerce uitgeroepen tot het beste online reclamebureau van Nederland, dus je kunt zondermeer spreken van een succes.

Van een echte dip aan het begin van de eeuw heeft .bone niet heel veel gemerkt, vertelt Verhagen. "We hebben in het begin wel veel gewerkt voor dotcombedrijven, maar hadden al vrij snel een aantal betrouwbare, ‘oude economie’-bedrijven als klant. De Staatsloterij is bijvoorbeeld al tien jaar klant bij ons. ABN Amro, NUON, MSN: hele trouwe klanten. Ons geheim? Ik denk de passie voor het vak. Dat straal je uit, de klant krijgt dan het gevoel dat je er iets geweldigs van gaat maken."

Zoals zoveel startende bedrijven ging ook .bone halverwege zijn bestaan door een moeilijke periode heen, maar dat werd eerder veroorzaakt door de snelle groei van het bedrijf dan door het uiteenspatten van de zeepbel. “Rond 2003, 2004 waren we zo sterk gegroeid dat ik bijna zeventig procent van mijn tijd bezig was met dingen waarvoor ik niet gekozen had: met management. Toen hebben we een reorganisatie doorgevoerd waarbij we met name daar heel goed over na hebben gedacht. Ik heb geleerd om dingen los te laten, om te delegeren. Dat moet je echt leren, blijkt.”

Waarschijnlijk is het vooral de nuchtere houding van Verhagen en de andere ‘boners’ die ervoor heeft gezorgd dat het bedrijf in zo’n goede conditie verkeert. In tegenstelling tot veel andere dotcombedrijven heeft .bone “nog nooit een euro geleend. We gaan niet met iedere hype mee en houden het resultaat voor de klant goed in de gaten. Want daar gaat het uiteindelijk wel om.

Chips

Saai is the new cool. Nuchter, degelijk, resultaatgericht zijn de kenmerken van ondernemers die overleven. Ook Consul Risk Management werd in de dotcomtijd als saai gezien. Het bedrijf maakt en verkoopt software voor de beveiliging van de it-infrastructuur. “We deden dingen die klanten wilden hebben,” vertelt toenmalig ceo Koen Bouwers. “Dat was in die tijd misschien niet erg hip, maar ik denk dat we daardoor wel overleefd hebben.” Op de valreep, in september 2001, haalde Bouwers nog elf miljoen euro venture capital op. Omdat veiligheid in de jaren daarna een hot issue was, deed Consul Risk Management goede zaken.

Bouwers verliet in 2004 het bedrijf omdat de directie had besloten het hoofdkantoor naar de VS te verplaatsen, een verhuizing die Bouwers niet wilde meemaken. Enkele jaren later, in 2006, werd het bedrijf verkocht aan IBM. “Daar heeft IBM een hele goede koop mee gedaan. Daar verdienen ze nu heel veel geld mee.” Bouwers richtte daarna nog twee bedrijven op, waaronder Scence, dat zich bezighoudt met it-beheersoftware.

Eenmaal ondernemer, altijd ondernemer? Het lijkt er wel op. De meeste ondernemers die het destijds niet gered hebben, zijn in elk geval daarna weer iets nieuws begonnen. Het bloed kruipt blijkbaar waar het niet gaan kan. Neem Wouter Deelman, destijds geportretteerd als directeur van chipbedrijf ThreeFive Photonics. Dit bedrijf werd in 2001 door hem opgericht met een aantal knappe koppen van de TU Delft met een doorbraaktechnologie: optische netwerkchips. Het bedrijf werd in 2002 door Time Magazine zelfs uitgeroepen tot een van Europa’s vijftig meest veelbelovende technologiebedrijven.

Maar toen Deelman een jaar later op pad moest voor een nieuwe financieringsronde (“de chipsindustrie is een heel kapitaalintensieve industrie”), durfde niemand het avontuur aan. En dus moest ThreeFive Photonics surseance van betaling aanvragen en werd het uiteindelijk in afgeslankte vorm samengevoegd met een Amerikaanse concurrent. “De markt lag echt helemaal plat. Er werden gewoon geen systemen meer verkocht, dus geen re-designs, dus geen chipverkoop. Zo simpel is het.”

Deelman heeft nog twee jaar in het bestuur van de gefuseerde onderneming gezeten, maar vond dat minder spannend dan een eigen onderneming en dus begon hij in 2005 Qelp. Dit bedrijf biedt een web selfservice (question, help) voor instellingen en gebruik van je mobiele telefoon en heeft inmiddels alle mobiele operators in Nederland als klant. “Ik had Qelp niet goed op kunnen zetten zonder de ervaring van Three Five Photonics, daar ben ik van overtuigd.”

Volgens Deelman is het klimaat voor ondernemers de laatste jaren wel verbeterd. “Ondernemerschap wordt nu als hip gezien, terwijl ondernemers in de jaren tachtig vaak met de nek werden aangekeken. Er is nu toch het algemene inzicht dat nieuwe ondernemingen de aanjager zijn voor de werkgelegenheid en voor de vernieuwing van de economie. Althans, dat wordt zo met de mond beleden. In de media hoor je veel klagen over regelgeving en administratieve lasten. Maar dat hoort ook wel een beetje bij de uitdagingen van het ondernemerschap. Je moet zorgen dat je boekhouding en cashflow op orde zijn, dat je de juiste mensen aanneemt, dat je aan productontwikkeling doet: al die facetten moet je onder de knie zien te krijgen. Maar dat maakt het juist zo boeiend.”

Vanaf volgende maand kunt u lezen of andere ondernemers het daarmee eens zijn.

Meld je aan!

Ben je van of ken je een innovatief hightech bedrijf met potentie? Meld dat bij IT Executive (it-redactie@kluwer.nl) met in de onderwerpregel Elevator Pitch. Als het bedrijf door onze keuring komt, is er die kans op ‘a moment of glory’ in onze rubriek Elevator Pitch.



  • Share |


advertenties