Rekenkamer vindt open source niet de moeite waard

AlgemeneRekenkamer.jpg Gebruik van vrij beschikbare software, waar geen licentiekosten aan vastzitten, levert de overheid niet veel besparingen op stelt de Algemene Rekenkamer, die in opdracht van het parlement keek naar de besparingsmogelijkheden met open source software.


De Algemene Rekenkamer vindt dat het uitgangspunt van dit onderzoek verkeerd is. De rijksoverheid zou in de eerste plaats moeten kijken hoe de betrokken organisatie eruit ziet en wat voor consequenties dat heeft voor de informatiebehoefte van de organisatie en welke software die vraag kan invullen. Pas dan is de keuze aan de orde of open of gesloten standaarden de beste optie zijn. Van de totale uitgaven aan IT gaat maar 4 procent naar software waar betaald voor moet worden. Maar de Rekenkamer kwam erachter dat de ministeries in 2009 slechts 88 miljoen kwijt waren aan betaalde software waar ook open varianten van op de markt zijn. Dat is maar 4 procent van alle it-uitgaven. Daar komt nog eens bij dat het Rijk al veel gebruik maakt van open it-technologie en dat de open software niet echt gratis is, al zijn er geen licentiekosten. Invoering, beheer van updates en onderhoud kosten ook geld. De overstap naar open software kan ook kapitaalvernietiging zijn omdat de rijksoverheid allerlei lopende licentieafspraken heeft.

De stichting HollandOpen een belangenvereniging die aandacht vraagt voor open source software, open content en open standaarden zegt dat de Algemene Rekenkamer met het onderzoek een nauwelijks serieus te nemen antwoord heeft gegeven op de terechte vragen uit de Tweede kamer. HollandOpen stelt vragen bij de rekensommen van de Rekenkamer die in het rapport zelf ook aangeeft dat er geen goed beeld is op de integrale it-uitgaven van de overheid. De it-kosten van zo'n 2,1 miljard euro per jaar, waarvan nog geen 90 miljoen euro aan licenties zou worden betaald kloppen niet stelt HollandOpen en daarmee komen ook vraagtekens te staan bij het besparingspotentieel dat de Rekenkamer noemt.

Volgens HollandsOpen wordt er veel meer dan 90 miljoen aan licentiekosten betaald. Ook een andere veronderstelling van de Rekenkamer – dat het gebruik van open source software geen invloed heeft op de kosten voor beheer en ook geen invloed heeft op de kosten voor hardware zijn tegen te spreken. Toen Microsoft een paar jaar terug met een nieuw besturingssysteem kwam, bleek dat alleen te installeren op computers met een snelle processor, groot intern geheugen en snelle videokaart. Dat leidde bij veel organisaties tot grote hardware-investeringen. Ook wat betreft beheer en doorontwikkeling is het veel te eenvoudig om te veronderstellen dat de kosten voor closed source en open source vergelijkbaar zijn.

Een intern rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken over het besparingspotentieel van open source-software komt met heel andere getallen aanzetten. In dit rapport wordt een besparing van één miljard euro mogelijk geacht. In het rapport waarvan minister Donner van Binnenlandse Zaken pas na lang aandringen toegaf dat het bestond, wordt beschreven hoe op de circa 170 duizend Microsoft-werkplekken van de rijksoverheid in eerste instantie 115 miljoen euro per jaar zou kunnen worden bespaard door marktwerking op generieke IT. Daarnaast zou met het vervangen van decentrale applicaties door centraal aan te bieden open source-varianten een half tot driekwart miljard euro zijn te verdienen. Volgens Donner is dit onderzoek ondeugdelijk uitgevoerd en zijn de genoemde besparingen daarom niet reëel.


  • Share |


vacatures



shop tip


advertenties