PvdA: verbod op offshoren als collectieve ontslaggrond

De PvdA vindt het onacceptabel dat bedrijven die kenniswerk naar lagelonenlanden verplaatsen nu nog zonder problemen collectief ontslag kunnen aanvragen en weinig tot niets hoeven doen voor werknemers die hun baan om deze reden verliezen. Het is lang geleden dat offshoring een issue was, terwijl toonaangevende Nederlandse bedrijven er op dit moment wel mee bezig zijn.


PvdA-Tweede Kamerlid Mariëtte Hamer gaat bij de bespreking van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken vragen om een verbod op het zogenoemde offshoring als grond voor collectief ontslag. Bij offshoring wordt werk verplaatst naar lagelonenlanden. Dat komt ook steeds vaker in Nederland op enige schaal voor. Zo gaat telecombedrijf KPN 2 duizend banen van het vroegere Getronics verplaatsen naar India. En ook de nieuwe bezuinigingsronde bij Philips die dit concern in oktober meldde betreft veel it-functies. De offshoring van Philips' it-activiteiten naar India heeft dit jaar zijn beslag gekregen. In 2007 verkocht het bedrijf zijn shared service centra die het concern zelf opgestart had in Polen, Thailand en het Indiase Chennai voor het uitvoeren van tal van financiële handelingen aan de Indiase it-dienstverlener Infosys. Sinds 2009 heeft Philips gewerkt aan een verdubbeling van het personeelsbestand in India dat werkt aan zijn it-projecten. Behalve kostenverlaging speelt bij alle offshore-initiatieven in Nederland ook het tekort aan geschikte it-ers in de Nederlandse arbeidsmarkt een belangrijke rol.

Het stoort Hamer dat bedrijven die werk verplaatsen naar het buitenland, nu geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen voor de maatschappelijke gevolgen ervan in Nederland. “De ontslagen medewerkers vinden vaak geen baan en komen in uitkeringen terecht, die worden betaald door de Nederlandse belastingbetaler. Terwijl het betreffende bedrijf meer winst maakt door offshoring, betaalt de belastingbetaler zo de kosten van het ontslag”, stelt zij. Volgens haar is dit ‘in een tijd van stijgende werkloosheid en een groot overheidstekort’ niet meer aanvaardbaar. Toch erkent het PvdA-Kamerlid ook dat in een concurrerende wereldeconomie het ‘soms onvermijdelijk’ is dat bedrijven werk naar het buitenland verplaatsen. Maar volgens Hamer moeten deze werkgevers dan wel hun verantwoordelijkheid nemen en overtollige medewerkers beter naar nieuw werk begeleiden dan ze nu doen.

Slecht voor de BV Nederland
Volgens de PvdA is offshoring slecht voor de Nederlandse economie. De huidige regelgeving zou tot kapitaalvernietiging leiden, omdat de overheid veel geld investeert in beroepsopleidingen van werknemers wiens banen na offshoring verdwijnen. Ook zouden de gemakkelijke regels bij het verplaatsen van productie naar het buitenland ervoor zorgen dat bedrijven te weinig investeren in bijscholing van werknemers, wat slecht is voor de Nederlandse concurrentiepositie. Ten slotte zouden bedrijven die offshoren geprofiteerd hebben van overheidssubsidies voor innovatieontwikkeling, waarna ze de innovatie wel in het buitenland laten produceren en de werkgelegenheid weglekt.

In 2006 was er vooral bij vakbonden het nodige te doen rond de offshoring van Nederlandse it-banen. Volgens schattingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er tussen 2000 en 2010 rond de 20 duizend arbeidsplaatsen komen te vervallen door offshoring naar vooral India. De vakbonden vonden dat offshoring uit de hype-sfeer moest worden gehaald. Werkgevers zouden handelen vanuit een soort geloof en alleen oog hebben voor de lagere loonkosten, terwijl het werkelijk binnenhalen van dat kostenvoordeel een lastige kwestie is. Vergeten wordt hoe ingewikkeld de kennisoverdracht is en dat er ook verborgen kosten zijn als toezicht, communicatie en overhead. Ook cultuurverschillen werken negatief door in de kosten. Om deze reden maakten vakbonden FNV Bondgenoten en AbvaKabo in 2006 een rondje langs Nederlandse ondernemingsraden en andere belangstellenden.


  • Share |


vacatures



shop tip


advertenties