IBM claimt 20 procent energiebesparing bij supermarkten
Met inzet van IT is het mogelijk forse energiebesparingen te realiseren. IBM ziet een nieuwe markt gloren en doet een boeiende proef met AH.
IBM ontwikkelt een platform waarmee onder andere gebouwen beheerd kunnen worden; 'slim' en ‘groen’ zijn de buzzwords die hier uiteraard aan gekoppeld zijn. Een proefproject heeft daarvoor dit jaar al de ICT~Milieu Award 2009 gewonnen.
Het eerste smart gebouw is een franchise-filiaal van supermarkt Albert Heijn in Haarlem. Volgens mede-eigenaar Paul Vos zijn de eerste resultaten positief en is in het eerste fase al een beperkte besparing gerealiseerd. Het systeem is gebaseerd op strategisch geplaatste sensoren. De meetwaarden worden vervolgens verzameld in een platform van IBM en de data worden omgezet in bruikbare rapportages.
Deze aanpak is een uitwerking van IBM's zogeheten Smarter Planet-filosofie. Dit gedachtegoed stoelt op het idee dat door technologische vooruitgang de wereld daadwerkelijk platter wordt, èn kleiner. Vrijwel alles wordt geïnstrumenteerd: voor ieder mens op aarde zijn er ongeveer een miljard transistors aanwezig.
Die zitten niet alleen in computer- en elektronica-apparatuur maar ook in rfid-tags en wasautomaten. Daarnaast is de wereld steeds meer ´Interconnected´. Wereldwijd zijn twee miljard mensen verbonden met het internet, terwijl ook systemen onderling via dit medium communiceren. Ondertussen zijn al meer dan 1.000 miljard apparaten verbonden met het internet. En tenslotte wordt de wereld door al die apparaten steeds 'intelligenter', naar men zegt daar doordat apparaten en mensen worden gekoppeld met toevoeging van intelligentie.
Nu is er dus IBM's Smart Building concept:. een gebouw wordt voorzien van sensoren en meters om temperatuur, luchtvochtigheid, lichtintensiteit, stroom en gasverbruik te monitoren. De verzamelde gegevens worden naar een centraal platform gestuurd. Daar worden ze met elkaar in verband gebracht. Hierdoor wordt inzichtelijk waaraan de energie (gas en elektriciteit) wordt besteed. Metingen vinden meerdere keren per uur plaats, zodat ook inzicht wordt verkregen hoe het energieverloop door de dag heen verloopt.
Ingrijpen
Tenslotte worden deze gegevens geanalyseerd en daarna vertaald in manieren waarop energieverbruik in gebouwen te optimaliseren is, zonder dat dit afbreuk doet aan het gebruik en leefcomfort in het gebouw. Door vooraf te bepalen welke verbeteringen in welke situatie moeten worden toegepast, kan worden ingegrepen.
Dit kan zijn door de temperatuur aan te passen, maar ook door een SMSje te sturen naar de onderhoudsmonteur dat een systeem is uitgevallen. Voor een deel blijft de analyse echter ook nog werk van mensen met kennis van zaken, die op basis van de verzamelde informatie verbeteringen kunnen identificeren en kwantificeren. De combinatie van het beschikbaar stellen van gegevens en de noodzakelijke blijvende aandacht van de betrokkenen moet leiden tot besparingen.
Gilbert Haverkamp (foto) werkt bij IBM aan het Smart Buildings-concept. Hij is betrokken bij het slimmer maken van het Albert Heijn-filiaal van de gebroeders Vos in Haarlem. De derde partij in dit project is het groene adviesbureau Ecofys, dat de strategische advisering en modellering van de energie-rendementsverbeteringen voor zijn rekening neemt.

Haverkamp: “Veel organisaties hebben het idee dat investeringen op het groene vlak een relatief lange terugverdientijd hebben. Bovendien worden groene projecten vaak gepresenteerd als complexe operaties. Maar je kunt het ook simpel maken, met een korte terugverdientijd. Met de besparingen van de eerste acties, kun je al de volgende investering financieren.”
Gebouwenbeheer betekent vooral dat een breed scala aan variabelen van en rondom het gebouw bekend moet zijn. Dit staat echter haaks op het credo ‘simpel met een snelle terugverdientijd’. Een compleet operationeel management van een pand leidt al snel tot een uitdagend automatiseringsproject, waarbij het maar de vraag is of de klant er uiteindelijk geld mee verdient.
Haverkamp: “Bij de Vos Supermarkten hebben we daarom gewerkt aan een nieuw platform, gebaseerd op WebSphere Sensor technology voor het verzamelen en presenteren van gegevens, Maximo voor Asset, Service en Event Management en Cognos voor analyse en rapportage. Op dit platform draait niet alleen de Smart Building-oplossing, maar ook andere Smart-oplossingen waarbij lokale meetgegevens centraal worden verzameld, verwerkt en gerapporteerd.”
“Doordat het platform alle basisfunctionaliteit al beschikbaar heeft, hoeft voor Smart Buildings alleen nog de specifieke slimmigheid en rapportages van deze oplossing worden toegevoegd aan het platform. Door het platform te delen met andere Smart-oplossingen worden de kosten ook nog eens flink gedrukt. Daardoor kunnen slimme oplossingen zoals het Smart Building-concept veel eenvoudiger, sneller en goedkoper worden ontwikkeld.“
Basis
In het geval van de proef bij Albert Heijn betekent dat beginnen aan de basis, en dan verder opbouwen van de complexiteit. “Een supermarkt verstookt per winkel al snel tussen de 150- en 200.000 euro per jaar aan energie. Ons voorstel om eenvoudig te beginnen en op basis daarvan door te groeien met oplopende rendementen viel in goede aarde. In de eerste gesprekken kwam naar voren dat ze de mogelijkheid om het pand ‘groener’ te maken, gewoon over het hoofd hadden gezien, terwijl ze in dat filiaal al wel op allerlei gebied duurzaam bezig waren, bijvoorbeeld met gescheiden inzamelen van afval.” zegt Haverkamp.
De meetinstallatie op basis van sensoren die is neergezet leverde een grote hoeveelheid data op over allerlei aspecten van energie, temperatuur, luchtvochtigheid en lichtintensiteit. Deze gegevens zijn online ter beschikking gesteld aan de ondernemers, die zo in één oogopslag konden zien waar opvallende pieken en dalen zaten in energiegebruik.
“Een supermarkt wordt steeds meer een 24x7 uurs-operatie. Veel pieken in energiegebruik hebben te maken met het momentum van levering. Door het beschikbaar stellen van de gegevens kwam de bewustwording van de mensen op de vloer op gang.
Haverkamp: “Elke keer als ik in de winkel kwam voor mijn boodschappen kwam het personeel naar me toe en deelde de kennis die door het meten inzichtelijk werd. Verwonderd meldde ze me dat voordat de winkel openging, de temperatuur opliep tot 24 graden. En of ik dat niet kon ‘weg managen’. Dit gaf mij het beeld dat we niet zonder de kennis van de vloer kunnen.”
“Dat moet je vervolgens vertalen naar bruikbare rapportages waarbij je meet- en regeltechnisch elke maand weer op zoek gaat naar de optimale instelling van de systemen en advisering. Ik ben dan ook blij met de lokale betrokkenheid. Als je dat houdt, zorgt het winkelpersoneel uiteindelijk mede voor de rendementsverbetering.”
Rapportages
Alle gegevens worden verzameld in één database die draait bij IBM. Daaruit kunnen rapportages op drie niveaus worden gegenereerd. Allereerst operationele informatie gekoppeld aan praktische tips. “Medewerkers moeten bewust worden gemaakt van de gevolgen van hun handelen. Wanneer je dat consequent doet, kun je zo zes tot acht procent rendementsverbetering halen. De rapporten op dit niveau zijn eigenlijk meet- en regelrapporten, waarin de daadwerkelijke cijfers zijn opgenomen, afgezet tegen de norm.”
“Ook kun je in deze rapportage zien waar de incidenten plaatsvinden. Daar hangen weer praktische adviezen aan. Als je dat iedere maand doet, krijg je steeds actuele adviezen. Daarbij blijf je weg van de meer complexe manier van rapporteren zoals bij dashboardtechnologie. Het gaat op dit niveau om een rapportage waar winkelpersoneel en ondernemer zich betrokken bij gaan voelen.”
Het tweede niveau is tactisch. “Je kunt direct al een aantal verbeteringen doorvoeren in bijvoorbeeld de instelling van de installaties. Maar dat houdt op een bepaald moment op. Als je verder wilt komen heb je een tactische rapportagevorm nodig, die je kunt gebruiken in gesprekken met je leverancier, bijvoorbeeld over de installaties voor de luchtverversing, de verwarming of de koeling.”
“In dit stadium vervang je nog helemaal niets, het gaat vooral om optimale inregeling. Zo bespaar je nog eens vier tot vijf procent.” Ook dit is een blijvend proces want filters vervuilen, systemen gaan minder presteren en als je leveranciers niet scherp houdt zullen ze niet zorg dragen voor een goede afstelling. Inge Bosveld, de betrokken consultant van Ecofys, beweert zelfs dat tachtig procent van alle installaties niet optimaal is afgesteld.”
Het hoogste niveau van rapporteren en verbeteren tenslotte is strategisch. “Dan ga je kijken naar bijvoorbeeld een keten gebouwen. Als je gegevens hebt over zevenhonderd supermarkten in plaats van één filiaal kun je op een strategisch niveau opereren en de besparingen verveelvoudigen. De strategische rapportage kan gebruikt worden om additionele investeringen te onderbouwen, of om te bepalen welke panden verbeterd moeten worden of zelfs afgestoten.”
De Return on Investment (ROI) voor het Smart Buildings concept is volgens Haverkamp minder dan één jaar. “We hebben er bewust voor gekozen om het concept in fases uit te voeren. De eerste fase is meten en weten, het gedrag wijzigen van management en medewerkers, en het goed inregelen van de installaties. We gaan dit als een service leveren, gebruikers hoeven er dus niet voor het rendement uit te investeren, het gaat om een prijs per winkel per jaar. In de tweede fase is alles al optimaal ingeregeld. Gedrag monitoren in de eerste fase is een vaste investering, die je echter wel moet vasthouden omdat het gedrag anders terugvalt.”
In de tweede fase, waar ingrijpender veranderingen nodig zijn, komt de consultancy om de hoek kijken. “We weten dan zoveel van een winkel dat je kunt aangeven dat bijvoorbeeld andere systemen of ander glas meer rendement opleveren. Dat is echter wel iets waar vooraf investeringen nodig zijn. Per advies worden de kosten en baten tegen elkaar afgewogen. Wij geven daar wel advies in, maar de organisatie zal daar zelf iets mee moeten doen om de krenten uit de pap te halen.”
Voor de latere fases zijn mogelijk meer of gedetailleerdere metingen nodig en wordt extra intelligentie toegevoegd om bijvoorbeeld winkels met elkaar te kunnen vergelijken. Hierdoor lopen de it-investeringen wel op, maar deze worden ruimschoots gedekt door de extra energiebesparingen die ontstaan omdat de bedrijfsvoering steeds groener wordt. Uiteindelijk kan dit leiden tot ca. 15-20% energiebesparing.
“In het begin is het simpel en doeltreffend, in de daaropvolgende fases wordt het meer complex. Maar wanneer je eenmaal aan de slag bent met de eerste fase van de oplossing heb je direct resultaat geboekt, en is ook goed duidelijk te maken welke besparingen verder nog mogelijk zijn. Omdat we hebben gezien dat het werkt en ze daadwerkelijk geld besparen, gaan ondernemers dan door met investeren.”
overzicht dossiers
vacatures
- Senior Project Manager 12 Months Netherlands
Amoria Bond, Western Europe,Netherlands, Netherlands, 70 - 80 per hour - Project Manager - BI/BW
Austin Fraser, Western Europe,Netherlands, Netherlands - Project Manager / Software / Amsterdam
Backbase, Netherlands, 60000 - Delivery Service Manager (Nieuw-Vennep)
, Western Europe,Noord Holland, 48000 per annum - Area Sales Manager
Iduet, Hoofddorp, Noord-Holland
shop tip
advertenties








