sourcing

Staalbankiers en CGI trekken beide aan kortste eind


Volgen:

Door Anja Dekhuijzen – De Rechtbank Amsterdam heeft in januari 2017 uitspraak gedaan in een hooglopend conflict tussen Staalbankiers en CGI Nederland (voorheen Logica) over een volledig mislukte BPO.

CGI won in 2010 een outsource tender om de back office van het bancaire platform van Staalbankiers te onderhouden en transformeren. Deze transformatie betrof het overzetten van het legacy platform van de bestaande leverancier Centric naar Thaler software van de Belgische leverancier Callataÿ & Wouters. Het contract met Staalbankiers zou een looptijd hebben tot 2018.

Torenhoge claims over en weer
Begin 2012 zat de transformatie muurvast. CGI had inmiddels 14.1 miljoen euro ontvangen, maar Staalbankiers draaide nog altijd niet op Thaler. In augustus 2013 concludeerde Staalbankiers na in gebreke gesteld te zijn dat het niet meer goed zou komen.

CGI stapt naar de rechter en vordert 8 miljoen euro wegens gederfde omzet en reeds gedane werkzaamheden. Staalbankiers eist daarop in rechte naast terugbetaling van 14.1 miljoen euro een schadevergoeding van 10 miljoen euro wegens dwaling, bedrog en het niet nakomen van de zorgplicht.

Oordeel rechter
Uit het vonnis blijkt dat de BPO is mislukt door een combinatie van redenen: (i) de ontvlechting van het bestaande platform was veel complexer dan vooraf ingeschat, (ii) er zou sprake zijn van tegenwerking door Centric, en (iii) de Thaler software kon niet door CGI worden ingezet vanwege contractuele afspraken tussen Callataÿ & Wouters en Centric.
De rechter beslist dat beide partijen elkaar niets verschuldigd zijn. Hiertoe zijn twee argumenten doorslaggevend.

Beide partijen hebben schuld
Waar twee kijven, hebben twee schuld. CGI wordt door de rechter als IT deskundige verweten dat zij Staalbankiers niet ongevraagd voor het aangaan van de overeenkomst heeft geadviseerd af te zien van Thaler en evenmin heeft gewezen op de risico’s. Verder had CGI tijdens het traject moeten waarschuwen en adviseren het traject stop te zetten. Hiermee vraagt de rechter een sterke en actieve adviserende en waarschuwende rol van een IT leverancier, wanneer deze mede als IT deskundige optreedt. Dit is in lijn met de rechtspraak van de Hoge Raad in het bekende Brinkers arrest uit 1986.

Maar ook Staalbankiers komt er niet ongeschonden vanaf. De rechter verwijt haar dat zij, ondanks het inschakelen van Boer & Croon en GARS, een BPO tender heeft uitgeschreven die de facto onuitvoerbaar was.

Stilzwijgende beëindiging met wederzijds goedvinden
De rechtbank stelt (in r.o. 4.23) vast dat de overeenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden; geen der partijen heeft de ontbinding ingeroepen, laat staan op rechtsgeldige wijze. CGI doet in rechte geen beroep op de contractueel overeengekomen Exit for Convenience. In plaats daarvan vordert CGI een hoger bedrag voor omzetderving en reeds gedaan werk.

De rechtbank trekt vervolgens een vergaande conclusie: zij is van mening dat het contract (in elk geval partieel) stilzwijgend is beëindigd met wederzijds goedvinden. Redenen: “CGI heeft immers al geruime tijd geen uitvoering meer gegeven aan de Overeenkomst door geen BPO diensten meer te verlenen, en Staalbankiers heeft dat aanvaard (en ook geen betalingen meer verricht). Uit de handelwijze van partijen valt dus af te leiden dat de Overeenkomst (in elk geval partieel) met wederzijds goedvinden op enig moment stilzwijgend is beëindigd.” Oftewel, in het gedrag van beide partijen (de werkzaamheden stilleggen en dit aanvaarden), wordt niet alleen opschorting van het project gelezen, maar zelfs beëindiging.

Dit heeft vergaande gevolgen voor beide partijen: zij hebben volgens de rechtbank allebei geen recht op schadevergoeding. De rechtbank verklaart (in r.o. 4.24) dit als volgt: “In de Overeenkomst is geen regeling opgenomen voor een vergoeding [onderstreping AED] wegens beëindiging bij wederzijds goedvinden.” Oftewel, doordat CGI niet is blijven aanbieden het contract na te komen, en doordat Staalbankiers dit heeft aanvaard, hebben beiden het recht op schadevergoeding verspeeld.

De vraag rest of de rechtbank de constructie van beëindiging met wederzijds goedkeuring “nodig” had. Nu beide partijen volgens haar debet waren aan het mislukte project, had afwijzing van schadeclaims over en weer wellicht gekund, ongeacht of het contract (stilzwijgend) was beëindigd of niet.

Beide partijen hebben tot 18 april 2017 de tijd in hoger beroep te gaan.

De auteur is advocaat en partner bij Whitebridge Advocatuur.

Van onze partners

Magazines

TITM nr 1 - Cloud & Data


In het eerste nummer van Tijdschrift IT Management (TITM) staat dataopslag in de cloud centraal. Nu de cloud steeds meer de primaire strategie is voor ondernemingen, is het zaak dat medewerkers op een veilige, consistente en snelle manier toegang hebben tot hun data, ongeacht het device waarop ze werken of de locatie waar ze zich bevinden. Vooral voor bedrijven met meerdere vestigingen en veel mobiele werknemers is dit een uitdaging. Tel daarbij op het stijgend aantal hybride cloud-architecturen en de uitdagingen op het gebied van security en compliance, en de complexiteit wordt in één oogopslag duidelijk.


Naar alle magazines