• column 
  • > Patrick van Eecke

Virtuele misdaden

Een Nederlandse rechtbank veroordeelde onlangs twee jongeren voor diefstal, geweld en bedreiging met geweld. Op zich niets bijzonders, ware het niet dat het een diefstal van virtuele goederen betrof, namelijk een virtueel amulet en masker van het online computerspel RuneScape.

Miljoenen mensen over de hele wereld maken deel uit van virtuele communities zoals RuneScape, Second Life en World of Warcraft. Sinds de opkomst daarvan speelt in de rechtsleer de vraag hoe men moet omgaan met misdrijven in een online gemeenschap.

Anders dan bij het world wide web hebben puur virtuele werelden vaak geen connecties met de offline wereld, zodat toepassing van traditionele rechtsregels minder voor de hand ligt dan op het web. In april 2007 werd bijvoorbeeld aangekondigd dat de Belgische procureur een virtuele verkrachting op Second Life zou onderzoeken, voorlopig echter - voor zover ik weet - zonder concreet gevolg. Bij de genoemde zaak waarin de Nederlandse rechtbank recht sprak was echter sprake van een combinatie van offline misdrijven (fysieke intimidatie en geweld) en online misdrijven (diefstal).

Het klinkt wellicht futiel maar dergelijke uitspraken zijn van maatschappelijk belang. Voor veel jongeren - niet alleen verslaafde hardcore gamers - vervaagt immers de grens tussen de werkelijke offline wereld en de virtuele gemeenschappen. Zij ervaren hun virtuele wereld als een deel van de werkelijkheid en hun alter ego's (avatars) als een deel van hun persoonlijkheid. Uitspraken en handelingen van medespelers kunnen dan ook een niet te onderschatten emotionele impact hebben, gelijk aan het effect van misdragingen in de offline wereld. Over puur virtuele misdrijven kun je dus niet zomaar je schouders ophalen, al was het maar omdat vaak een  spillover tussen de offline en online wereld optreedt.

Dat neemt niet weg dat verschillende moeilijke juridische vraagstukken nog opgelost moeten worden. Moet een rechtbank bijvoorbeeld al de offline misdrijven toepassen op de virtuele wereld of slechts enkele? En wat als misdrijven door de aard van het spel zeer normaal zijn, bijvoorbeeld moord in een sluipschuttersgame? Moet een rechtbank ingrijpen in puur virtuele aangelegenheden of enkel als er een duidelijk cross-over element aanwezig is? En welke status hebben gedragsregels die online uitbaters aan spelers opleggen: zijn zij een 'grondwet'?

En last but not least: welke (offline) rechtbank is bevoegd? Moeten we toe naar een internationaal strafhof opgericht door de 'Virtuele Naties'.

  • Share |

gerelateerde items

/ Geen gerelateerde artikelen aanwezig.



advertenties