• column 
  • > Charles Groenhuijsen

Te veel managers, te weinig Wimmen

Het boek is 434 pagina’s dik en gaat over “beroepstrots”. Zou u me geloven als ik vertel dat ik al die pagina’s echt heb gelezen. Ik ook niet. Maar ik heb er wel een flinke tijd in zitten bladeren. Want het onderwerp raakt de kern van ons bestaan en vooral van ons werk.

U kent vast die hele saaie plaatjes waarop uw bedrijf of organisatie in een ingewikkeld schema is afgebeeld. Ergens in die onpersoonlijke wirwar van lijntjes en cirkeltjes zit u. Niet fijn…

Herkent u zich in dat schema? Tuurlijk niet. Er staat alleen in afgebeeld wie wat doet en wie over wie de baas is. Maar je ziet niet hoe veel van de nijvere werkmieren ‘s ochtends fluitend binnen wandelen. En nog belangrijker: wie fluit er ‘s avonds op weg naar huis nog steeds? Bepaalt dat immers niet voor ‘t grootste deel het succes van uw bedrijf.

Ongekende kracht


Vandaar mijn interesse voor dat veel te dikke boek over beroepstrots als ‘ongekende kracht’. Er staan artikelen in van professoren die elk geleerder zijn dan u en ik samen. Omdat ze professor zijn, maken ze een eenvoudig onderwerp graag ontstellend ingewikkeld. Onnodig en jammer.

Ik vond het hoofdstuk over een vmbo-leraar het leukst. Wim van de Merwe heet ‘ie. Hij is no-nonsense en geeft al tientallen jaren les in metaaltechniek. Wim heeft het ‘t beste naar zijn zin als één van zijn pupillen weer eens een klinkende prijs in de wacht heeft gesleept op de jaarlijkse Vakkanjer-Wedstrijden. Leuk, hè? Ze hebben er zelfs mee op de voorpagina van De Telegraaf gestaan. Ze zijn er overal over geïnterviewd.

Op de vraag waarop hij het meest trots is, zegt Wim: “Dat ik elk jaar weer iets uit een leerling haal van wie anderen denken: ‘Dat redt die jongen niet’. Als ik dat toch naar boven krijg, ben ik tevreden”. Beroepstrots is hopelijk besmettelijk.

Niet doorgeleerd

Wim van de Merwe heeft gelukkig niet doorgeleerd in de organisatiekunde maar heeft wel haarscherp in de smiezen wat er op veel beroepsscholen (en andere organisaties) mis is. Te veel managers, te weinig Wimmen. Wat schiet je immers op met die wildgroei aan adjuncten, teamleiders en unitmanagers?

Wim en al zijn collega’s werken snoeihard omdat ze apetrots zijn op wat ze doen. Niet vanwege al die bazen en baasjes. Hun beroepstrots drijft hen voort. En je moet maar hopen dat diezelfde baasjes dáár van af blijven met al hun geleerde prietpraat. Geven ze Wim vertrouwen? Of meer regels en voorschriften? Hopelijk vooral vertrouwen.

Iedereen kent de voorbeelden. Die schrijnende gevallen waarbij dat vertrouwen van bovenaf ontbreekt waardoor zelfrespect van werknemers knakt en beroepstrots en beroepseer verdampen. Toch?

Ik moet vaak denken aan een oud-collega van me die na een al weer veel te lange werkdag diep zuchtte, maar tegelijk innig tevreden uitriep: “We zijn vandaag weer eens in arbeidsvreugde uitbetaald”. Wie met ‘s avonds met dat gevoel naar huis gaat is een benijdenswaardig mens.

  • Share |

gerelateerde items

/ Geen gerelateerde artikelen aanwezig.



advertenties