• column 
  • > Peter van Schelven

Is dienstverlening wel werk?

In de gereedschapskist van een jurist zitten, naast een ongezellig wetboek met ezelsoren, ook potjes met lijm, talloze etiketjes en fraaie stempeltjes. Te pas en te onpas plakken juristen, mijzelf incluis, labels met fraaie titels in de aanhef van allerlei documenten.

Het is een manier om orde te scheppen in de complexe werkelijkheid. Wie bijvoorbeeld een contract bestempelt als een arbeidsovereenkomst, weet dat hij ook heeft te maken met het wettelijke ontslagrecht. Ook bedrijven zetten benamingen boven hun contracten, soms echter zonder daar goed over na te denken.

Partijen die nalaten een duidelijke afspraak te maken over de aard van hun contract, lopen het risico dat later - bij een eventueel geschil - de rechter zijn eigen koers vaart. De rechtbank plakt er dan naar eigen inzicht een etiketje op. Maar weinig professies als die van de juristen hebben zo diep hun wortels liggen in het betere plak- en stempelwerk van de kleuterschool.

Al jaren worstelt de juridische wereld met de vraag welk stempeltje er hoort op ict-contracten. Finale duidelijkheid bestaat daar nog niet over. Vooral de kwalificatie van software- en systeemintegratiecontracten levert problemen op. Vrijwel alle ict-leveranciers beschouwen het leveren van software en het installeren en configureren daarvan op een infrastructuur van de klant, als een vorm van dienstverlening. Voor dienstverleningscontracten regelt onze wet weinig. Partijen hebben daarom een grote vrijheid om contractueel vast te leggen wat zij zelf belangrijk vinden, bijvoorbeeld omtrent prijzen en kwaliteit.

Maar is er, juridisch gezien, wel echt sprake van pure dienstverlening? Een rechtbank dacht daar in een recente ict-zaak anders over. Zij oordeelde dat het installeren en configureren van software moet worden gezien als aanneming van werk. Die beslissing is van belang omdat de wet specifieke regels voor de ‘aannemingsovereenkomst’ bevat. Ook buiten deze zaak zie ik soms wel eens dat advocaten een ict-geschil over de boeg van het aannemingsrecht willen gooien.

Hoewel het gaat om één uitspraak van een lagere rechterlijke instantie, is een waarschuwing voor ict-leveranciers op zijn plaats. Zo zegt het aannemingsrecht bijvoorbeeld dat als de aannemingsovereenkomst niet voorziet in een vaste prijs maar slechts een richtprijs bevat, deze richtprijs slechts met 10% mag worden overschreden.

Voor dienstverleningscontracten geldt deze beperking niet! Partijen die niet overgeleverd willen zijn aan het onvoorspelbare oordeel van de rechter, doen er daarom goed aan tevoren duidelijk af te spreken wat de aard is van hun ict-contract.


  • Share |

gerelateerde items

/ Geen gerelateerde artikelen aanwezig.



advertenties