• column 
  • > René F.W. Diekstra

Als persoon en werk ‘mismatchen’

Een tijd geleden was een jonge vrouw bij me gekomen vanwege problemen op haar werk. Die waren zo hoog opgelopen dat ze al drie maanden min of meer overspannen thuis zat. Ze zag zich absoluut niet meer naar haar huidige werkgever teruggaan. Maar wat dan?

Haar werkgever was een bureau voor marktonderzoek. Daarvóór had ze als onderzoekster op een universiteit gewerkt. Daar had ze het uitstekend gedaan. Het marktonderzoeksbureau had haar bij de universiteit weggelokt met onder andere een hoger salaris en een auto van de zaak. Na een korte inwerktijd had ze een eerste onderzoeksopdracht gekregen en een deadline.

Toen die verstreken was, kwam haar baas vragen waar het rapport bleef. Zij vertelde hem dat ze er keihard aan werkte, maar nog niet helemaal tevreden was. Hij had wat gegromd, maar omdat ze nieuw was haar nog enkele dagen respijt gegeven. Ze werkte dag en nacht door, maar was nog altijd niet tevreden toen ze het rapport inleverde. Ook haar tweede rapport kwam niet op tijd af.

Deze keer was haar chef minder coulant en veegde haar de mantel uit. Ze werkte veel te langzaam en had zich aan de tijdsplanning te houden had, punt uit. Er ontstond ruzie. Ze verdedigde zich met te zeggen dat kwaliteit hem blijkbaar geen donder kon schelen. Voor die kwaliteit kreeg ze nog 24 uur uitstel. Ze werkte een volledig etmaal door, leverde het rapport in en klapte finaal in elkaar.

DWANGMATIG PRECIES


Uit het psychologisch onderzoek bleek dat ze zowel zeer intelligent als dwangmatig precies was. Dat was natuurlijk de reden waarom ze het op de universiteit zo goed had gedaan. Daar ging het op de eerste plaats om kwaliteit. Maar juist de combinatie van haar kwaliteiten en instelling vormde het struikelblok bij haar nieuwe werkgever. Ze bleek al van jongsaf dwangmatig precies. Op het internationale instrument voor persoonlijkheidsproblemen (IPDE) van de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) kwam ze uit de bus als een sterk dwangmatige of 'obsessief-compulsieve' persoonlijkheid. Daarmee werd mijn taak haar duidelijk te maken dat haar persoonlijkheid en huidige werksituatie een ‘mismatch’ vormden. Die 'mismatch' was er niet met de universitaire werksituatie.

Dus stonden er voor haar twee wegen open om uit de impasse te komen. De een was om haar persoonlijkheid te veranderen, minder perfectionistisch te zijn, wat vaker water bij de wijn van nauwkeurigheid en wetenschappelijke verantwoording te doen en de houding aan te nemen van: "als mijn baas en de klant het zo goed vinden, dan is het goed genoeg''.

ANDER WERK ZOEKEN

De andere weg was van werksituatie te veranderen en op zoek te gaan naar een baan die beter bij haar zou passen. Perfectionistisch als ze was, probeerde ze eerst toch in haar nieuwe werkkring succesvol te worden. Dat heeft twee maanden geduurd. Het bleek een goede oefening in nederigheid.

Na opnieuw een niet gehaalde deadline en gedonder, besloot ze haar baan bij het bureau op te geven; ze kreeg daarna al gauw weer werk als universitair onderzoekster. Ze besloot ook om een aantal gesprekken met mij te hebben om te leren wat flexibeler, wat minder rigide met zichzelf en met anderen om te gaan. (Een van de oefeningen die ik haar gaf is om als een bepaalde tekst voor haar gevoel nog een hoop tekortkomingen bevatte, 'm toch alvast aan een paar collega's voor kritiek voor te leggen.

Een ander was om in haar kamer een bord op de hangen waarop met reuzeletters geprint stond: ,,Er is maar een manier om de dingen in deze wereld goed te doen. Dat is Mijn manier''). Ik kom haar soms nog tegen. Tijdens één van die ontmoetingen zei ze: ,,ik weet dat ik voor mezelf en anderen nooit de gemakkelijkste zal zijn om mee om te gaan, en ik weet ook dat ik mij in bepaalde situaties gewoon niet meer moet begeven”.

De conclusie? Succes is minder een kwestie van competentie dan van match tussen persoon en situatie. Helaas snappen veel bedrijven en sollicitanten dat nog steeds niet.

  • Share |


advertenties