• blog 
  • > Sytse van der Schaaf

Hardware is de bepalende factor bij servervirtualisatie

Leveranciers van het virtualisatiesoftware zullen het niet leuk vinden maar de smaak van de hypervisor doet er eigenlijk niet zoveel toe. In een benchmarkstudie van PQR en Login Consultants maken vooral de nieuwste Xeon-processors uit de Nehalem-lijn van Intel het verschil.


In het zogenaamde virtual reality check project hebben PQR en Login Consultants een benchmarkomgeving opgetuigd om de prestaties van Vmware ( vSphere 4.0), Citrix (Xenserver 5.5) en Microsoft (Hyper-V 2.0) met elkaar te vergelijken. Het bleek dat de prestaties van een HP-server (HP DL380G6) met terminal services twee keer zoveel gebruikers kan bedienen als een gelijkwaardige HP-server met een AMD Barcelona-processor, die zij in een eerdere benchmark gebruikten. De laatste generatie chips van Intel ondersteunt servervirtualisatie optimaal door hyperthreading, het aanbieden van meer logische processors en een snellere toegang tot het geheugen. Dit pakt blijkbaar goed uit bij het draaien van terminal server sessies waarbij een machine extreem veel processen, threads en virtual machines in de lucht moet houden.

Als er geen gebruik werd gemaakt van hyperthreading dan waren de prestaties van alle drie de hypervisors praktisch gelijk aan elkaar. Stond dat wel aan dan zat er niet meer dan 5 procent verschil tussen de drie hypervisors. De vSphere-hypervisor van Vwware maakte het beste gebruik van hyperthreading. Verder bleek uit de testen dat het aan te bevelen is om een 32-bits versie van het Windows Server besturingssysteem te virtualiseren als er terminal services met Citrix XenApps worden gebruikt. De prestaties verbeteren dan aanzienlijk. Dit geldt niet voor de 64-bits versie van Windows Server 2008, omdat deze variant van het besturingssysteem het uit zichzelf al veel beter doet op nieuwe hardware.

De resultaten van het onderzoek zijn te vinden in een whitepaper die te downloaden is na registratie.

  • Share |


advertenties