• blog 
  • > Fred van der Molen

Zo troebel als glas

Alweer een innovatieplatform?


Er is weer een innovatieplatform opgericht. Zijn we goed in Nederland. Als we boos zijn stellen we een commissie in, als we innovatie willen stimuleren, richten we een innovatieplatform op. Reggefiber heeft onderzoeksinstelling Novay verzocht een ‘innovatieplatform’ op te richten waar alle grote glasvezelpartijen in Nederland gaan samenwerken om slimmer netwerken aan te leggen. Dat lijkt me minder een innovatieplatform, maar een praktisch samenwerkingsverband. De naam wordt GIPPA.


Met die glasvezelaanleg naar de voordeur wil het niet erg vlotten. De reden daarvoor is duidelijk. Het is voor particulieren niet interessant op glasvezel over te stappen. De huidige breedbandleveranciers leveren meer dan genoeg waar voor hun geld.
Nederland heeft last van de wet van de remmende voorsprong. De prijs/kwaliteit-verhouding van het aanbod is internationaal gezien uitstekend, omdat de concurrentie moordend is. KPN, de andere ADSL-leveranciers en de kabeljongens vechten elkaar de tent uit. Mede daardoor hebben we de hoogste dichtheid aan breedbandaansluitingen ter wereld; kabelmaatschappijen die snel internet, digitale televisie en goedkope telefonie aanbieden, en een voormalige telefoonmonopolist die zich manifesteert met digitale televisie. De vrije markt doet kortom zijn werk, dus waarom zou de overheid zich daarin mengen?
Wie de argumenten van de verschillende gemeenten bestudeert, komt een hoop onzin tegen. Glasvezel zou leiden tot 'betere zorgvoorzieningen', 'meer veiligheid' en zelfs meer 'sociale cohesie'. Dat zijn drogredenen. Bijna al die prachtige innovatieve toepassingen die ons op het gebied van domotica of zorgvoorzieningen via glas worden voorgehouden, kunnen natuurlijk ook via ADSL of kabel worden gerealiseerd. Dat is snel genoeg.

Maar een ander feit is dat onze stedelijke toplocaties op achterstand dreigen te raken bij andere wereldsteden. Op veel plekken op de wereld worden glasvezelnetten tot in de woning uitgerold. Dat marktpartijen dat hier nalaten en sterk vertraagd doen, komt omdat ze zo lang mogelijk zullen doorgaan met het uitnutten van hun bestaande netwerken. Dat is hun goed recht, maar het betekent dat de omschakeling naar glas hier relatief laat zal plaatsvinden. De wet van de remmende voorsprong. De vraag is of een stad die zich wil profileren als ‘creatieve kennisstad’ zich dat kan permitteren. Veel Nederlandse steden denken zelf van niet, maar de gemiddelde burger maalt daar niet om. Voor hem of haar is het aanbod via glasvezel meestal niet interessant genoeg.

De uitrol van glasvezel moet niettemin wel doorgaan, dus daarom is dit GIPPA-platform een goed initiatief. Buiten kijf is dat de aanleg van een glasnet veel minder risico’s met zich meebrengt als de Betuwelijn. Een glasnet is een zeer toekomstbestendige oplossing. Voor nieuwbouwwijken en renovatiegebieden moet de keuze voor glas dan ook geen vraag meer zijn. Gezien de concurrentiekracht van kabel en koper lijkt het waarschijnlijk dat stadsbrede uitrol lange tijd verliesgevend blijft.
Maar als gemeenten toch als katalysator willen optreden, is het niet aan de landelijke overheid deze rol bij voorbaat te blokkeren. Den Haag moet wel zorgen voor evenwichtige concurrentievoorwaarden want anders doet Brussel het wel: gemeenten dienen onder dezelfde condities te investeren als marktpartijen en realistische tarieven te hanteren. Daarbij dient het glasnet volledig open te zijn, toegankelijk voor alle partijen. Ten slotte kan de lokale overheid het beste bij de start direct maar vastleggen dat de participatie tijdelijk is. Zo werkt immers een katalysator.

  • Share |

gerelateerde items

/ Geen gerelateerde artikelen aanwezig.



advertenties