- blog
- > Peter Olsthoorn
Exact, Unit4 en Afas contra Hippo-keuze
De overheid koos voor Hippo vanwege open source. Drie van de grootste softwarebedrijven van ons land vinden dat een miskenning van innovatie met licentiesoftware. En daar gaat Hippo weer tegenin.
Wat voorafging:
In IT Executive hield staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken in een interview een pleidooi voor gebruik van meer open source.
Hij meldde daarin ook de keuze van Hippo software voor het opzetten van de nieuwe overkoepelende website van de rijksoverheid. Tegen die keuze protesteert ICT~Office, de brancheorganisatie. Ze begint een wob-procedure om inzicht te krijgen in het keuzeproces.
Op dezelfde dag, in het FD van 17 juli 2009 2009 verscheen onderstaand artikel van de hand van Chris Ouwinga, Bas van der Veldt en Rajesh Patel, de bazen respectievelijk Unit4Agresso, van Afas en van Exact:
"Heemskerk vertaalt kritiek op dominantie Microsoft in frustrerend beleid voor sector
Volgens staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken heeft het Nederlandse midden- en kleinbedrijf (MKB) niet genoeg ambitie om uit te groeien tot grote, multinationale ondernemingen. 'Als die houding er wél was dan kan ons dat mede uit de crisis helpen', aldus de staatssecretaris onlangs op een diner van de American Chamber of Commerce in the Netherlands.
Daar kijken we van op. Als Heemskerk navigatiefabrikant TomTom, als lichtend voorbeeld noemt is er nog veel voor hem om te ontdekken. Want Nederland beschikt over een levendige, innovatieve en exporterende software sector.
Probleem is echter dat bedrijven als Planon, GX, Pallas Athena, Trimergo, Vital Health, Servoy en Stabiplan - allemaal ambitieuze en exporterende ondernemingen - systematisch ontbreken als een onderwerp van de werkbezoeken van de staatssecretaris.
Natuurlijk plant Heemskerk de bezoeken niet zelf, maar zijn ambtelijke omgeving heeft een blinde vlek voor een economische sector die voor hoogwaardige en duurzame werkgelegenheid zorgt en die mede inhoud geeft aan Nederland als kenniseconomie.
Een op de vijf werknemers in de software-industrie is betrokken bij speur- en ontwikkelingsactiviteiten. De toegevoegde waarde per werknemer behoort tot de hoogste van de hele economie.
De Nederlandse software-industrie, die voornamelijk uit MKB-bedrijven bestaat en waar zo'n 40.000 mensen werken, is succesvol op de exportmarkt. Diverse software ecosystemen zorgen bovendien als aanjager voor nieuwe producten, diensten en werkgelegenheid, ook in andere economische sectoren.
Er is bij Economische Zaken geen bereidheid om - zoals in Finland - eens goed te onderzoeken wat de bijdrage is van de softwaresector aan de Nederlandse economie en aan de innovatie.
Dat is juist extra nodig, omdat Heemskerk ook verantwoordelijk is voor het doen en laten van het programmabureau Nederland Open in Verbinding (NOiV). Dat bureau moet inhoud geven aan het kabinetsbeleid om het gebruik van open standaarden binnen de (semi-)publieke sector te bevorderen, het zogenaamde 'actieplan Heemskerk'.
Doel van het bureau is om informatie tussen verschillende softwaresystemen zonder problemen uit te wisselen. Daar zijn wij een groot voorstander van.
Daarom zijn we erg verbaasd dat NOiV geen belangstelling heeft voor het aanbod van de Universiteit Utrecht en de samenwerkende softwarebedrijven die gesloten software produceren, om na te gaan hoe die een bijdrage kunnen leveren aan het tot stand brengen van zoveel mogelijk open standaarden.
Je zou zeggen: wie van software bepaalde eigenschappen verlangt gaat in gesprek met de makers ervan. Nee dus. In plaats daarvan voert NOiV-campagne voor introductie van open source software.
Het resultaat van die houding is dat het openstandaardenprogramma nu in het slop zit en de gedroomde open software-programma's in de praktijk helemaal niet beschikbaar zijn.
De Nederlandse overheid in al zijn geledingen zou niet kunnen functioneren zonder de voor eigen last en risico ontwikkelde producten van Nederlandse leveranciers van pakketsoftware, waarin de (steeds wisselende ) wet en regelgeving efficiënt is 'ingebakken'.
NOiV ziet die groep van bedrijven echter niet als een partner om haar hoofdtaak - het op het schild heffen van de open standaarden - tot een goed einde te brengen.
Het NOiV-bureau veroorzaakt een sfeer, waarin leveranciers die hun producten onder licentie verkopen, zo ongeveer in de categorie 'criminele organisatie' worden gemanoeuvreerd en waarin niet wordt samengewerkt waar dat heel goed zou kunnen. Met het programma zijn inmiddels miljoenen gemoeid zonder erg veel concrete resultaten.
Wat denkt de staatssecretaris zo eigenlijk te bereiken? Wil hij de crisis bestrijden door het Nederlandse potentieel aan softwareproductie een kopje kleiner te maken?
De kritiek op de marktdominantie van Microsoft in de desktopmarkt, die de basis vormde voor een kamerbrede motie-Vendrik, vertaalt hij in generiek beleid dat vooral gevolgen heeft voor leveranties aan de overheid door (Nederlandse) bedrijven die software onder licentie produceren.
Is dat echt de bedoeling? Een bedrijf als Centric is bijvoorbeeld de grootste werkgever van Gouda en heeft de grootste groep software ontwikkelaars van Nederland in dienst. Hoeveel banen mag NOiV, zoals zich dat nu ontwikkelt, eigenlijk kosten?"
Pittig betoog, met antwoord
Dat was een pittig betoog. Heemskerk is op zijn minst wat antwoorden verschuldigd wat betreft de aandacht van hem persoonlijk en het NOiV voor de softwarebedrijven die onder licenties producten en diensten verkopen.
In antwoord op bovenstaand betoog schreef Jeroen Verberg, algemeen directeur van Hippo op 5 augustus in het FD:
"Software met licentie is verouderd
ICT Office en enkele Nederlandse softwarespelers, waaronder Exact, Afas en Unit4, zijn een campagne begonnen tegen het gebruik van open source-software door de Nederlandse overheid.
Het overheidsbeleid rondom open source zou de innovatiekracht van de Nederlandse softwareindustrie miskennen en zelfs de kenniseconomie op het spel zetten.
Aan de andere kant krijgen de voorstanders steeds meer bijval. De voordelen van open source winnen aan populariteit, want bedrijven hekelen vaker het zogeheten vendor lock-in, de afhankelijkheid van één leverancier.
Bij software met een gesloten licentie heeft de leverancier als enige de rechten en controle over de software, waardoor de gebruiker aan de nukken, prijsmodellen en continuïteit van deze leverancier is overgeleverd.
Bij open source-software werken meerdere partijen samen aan een softwarepakket en mag iedereen de software vrij gebruiken. Ontwikkelaars verdienen hun geld met aanvullende diensten rondom de software. De eindgebruiker zit niet vast aan één leverancier: er is altijd iemand anders met kennis van de software.
Daarnaast wordt binnen open source vrijwel altijd gekozen voor de implementatie van open standaarden. Hierdoor liggen de specificaties vast, wat de communicatie tussen verschillende ontwikkelaars vergemakkelijkt.
Recente Amerikaanse onderzoeken geven aan dat chief information officers de innovatieve kracht van open source in de top drie van hun keuzecriteria plaatsen.
Een goede graadmeter voor waardecreatie is een open source-bedrijf als RedHat, dat een grotere marktwaarde heeft dan de hierboven genoemde bedrijven samen.
Venture capital-verstrekkers, die bij uitstek op zoek zijn naar waardecreatie, waarderen bedrijfsmodellen rondom open source-software drie keer hoger dan de traditionele licentiemodellen.
De tegenstanders van open source kijken alleen naar internationale succesverhalen van traditionele Nederlandse softwareleveranciers. Voor het gemak worden Nederlandse open source-successen weggelaten, zoals Hippo, dat een jaar na de start in de VS inmiddels grote Amerikaanse financiële instellingen als klant heeft die open source-software inzetten voor mission critical applicaties.
De Nederlandse overheid loopt, vergeleken met het bedrijfsleven, ver achter in het gebruik van open source-software. Het grote misverstand bij tegenstanders is dat ze blijven geloven in licentiesoftware, terwijl de markt meer open source wil en gaat gebruiken.
Ze koppelen de lage innovatiekracht van Nederland aan het belang van software onder licentie, terwijl dit een verouderd model is. Bij dit soort innovaties horen soms ook vernieuwende bedrijfsmodellen. De organisaties die dat oppikken, hebben de grootste innovatiekracht."
gerelateerde items
- Apple is over zijn top heen
En terwijl Apple deze week…
- Wat brengt de uittocht van babyboomers de IT?
Babyboomers gaan de komende jaren…
- C1000 automatiseert factuurverwerking
Op het hoofdkantoor van C1000…
- Wat doen de Amerikanen dat wij Europeanen niet doen?
Ik spreek vaak mensen in…
- Hoe gaan we communiceren in 2020?
Die vraag staat centraal in…
- Een specialist voegt meer waarde toe dan een generalist
Wie naar cloudcomputing kijkt zou…
- SAP investeert opnieuw in mobiliteit en databases
De van oorsprong Duitse leverancier…
- De verborgen schat van telecombedrijven
De it-manager die alleen naar…
- Wat maakt mobile business intelligence uniek
Leverancier Qlikview stelt dat business…
- The Future Of The Desktop Is Out Of The Box
In 3001 Frank Poole was…
- C1000 automatiseert factuurverwerking (1 reactie)
- Routine killing voor verbetering IT-dienstverlening (1 reactie)
- Veel data, weinig inzicht en geen actie (1 reactie)
- Middelmanagement stuurt op gevoel (1 reactie)
- Cijfers uit BI-systemen grotendeels waardeloos (1 reactie)
- Accountant wil meer zicht op bedrijfsrisico (1 reactie)
- IT-arbeidsmarkt wordt weer hopeloos (2 reacties)
- Vodafone: Apple en Google moeten meebetalen aan mobiel internet (1 reactie)
- Lot EPD-infrastructuur nog niet bezegeld (2 reacties)
- Lot EPD-infrastructuur nog niet bezegeld (2 reacties)
advertenties







